tafeltennisvereniging
st.aloysius te graauw
ons adres: dorpsstraat 46
Hoe het ongeveer begon.
In het begin van de jaren '50 was er voor de jeugd van Graauw alleen het Klein- en het Groot Patronaat. Het voetbal in Graauw stond toen op een laag pitje en bovendien kon je pas op je 12e jaar in competitie verband spelen in de B-junioren. Dus de jeugd van Graauw werd toen opgevangen door kapelaan Stuijk (ik geloof niet dat ik nog een beter mens ben tegengekomen). Ping-pongen, tafelvoetbal en biljarten waren de voornaamste bezigheden.
Op een zekere dag was daar Remy, die als jeugdleider kapelaan Stuijk kwam assisteren. Toen is er een club ontstaan, die pas later Sint Aloysius ging heten. In eerste instantie ging Remy allerlei activiteiten op touw zetten zoals volleybal, avondspelen, toneelspelen, een kwisje (dat noemde men toen "hersengymnastiek"). Ook gingen we voor het eerst kamperen naar de Clingse Welen en werden er allerlei competities op touw gezet met tafelvoetbal en kaarten. Je moest dan 5 cent inleggen, zodat er voor een prijsje gespeeld kon worden. Zo kwam er ook het bekende "spekkentournooi" bij het tafeltennis en langzaam maar zeker werd het tafeltennis erg populair.
Iedereen kon tafeltennissen in die tijd en er was heel veel talent. Toen werd besloten om met een team deel te nemen aan de competitie in Zeeland. Omdat Remy nog niet in het bezit was van een auto kon er maar één team deelnemen. We begonnen in de 2e klas afdeling Zeeland met Etienne Delforge, Bennie van Damme en Jo Bogaert en we speelden toen tegen o.a. Wil van Zoelen II, Sorry II, Spirit, ONA en Sla Raak (en nog verschillende andere tegenstanders waarvan ik de namen even kwijt ben). Een competitie bestond toen nog uit 12 teams. We werden meteen kampioen en promoveerden naar de hoogste klas in Zeeland.
Zoals gezegd was het vervoer toendertijd een probleem, met twee man achter op de scooter bij Remy en eentje per trein naar Vlissingen of Middelburg. In Zeeuws Vlaanderen waren er maar 3 tafeltennisverenigingen, ONA uit Oostburg, Advendo uit IJzendijke en St. Aloysius. Toen Remy zich een VW Kever aanschafte kwam er al snel een tweede team bij. Ik dacht dat dit gevormd werd door George de Koning, Piet van Gimst en Karel Blanckaert, maar hier ben ik niet helemaal zeker van. Daarna kwam de tweede generatie met zovelen dat ik de namen niet noem, omdat ik er te veel zal vergeten. Robert de Blok was de eerste kampioen van Zeeuws Vlaanderen en Jo Delforge van Zeeland meen ik me te herinneren.
Ik ga nog even terug naar de tijd van het patronaat. We waren zo bezeten van het spelletje dat we na schooltijd inbraken in het patronaat om maar te kunnen tafeltennissen. Later kregen we gewoon de sleutel van den braven kapelaan Stuijk, dan stonden we iets rustiger tegen het balletje te "kappen", uren konden we bezig blijven. We hebben ook nog een jaar in de oude school gespeeld. Ik weet nog heel goed dat daar in de eerste competitie wedstrijd tegen Wil van Zoelen mijn batje een keer op zo'n boekenkast terecht kwam. Ja, verliezen was toen ook niet leuk.
Op één van de zeldzame vergaderingen stelde Remy voor een eigen clubgebouw te bouwen. Dat zagen de meeste van ons niet zitten, financieel leek het ons niet haalbaar. Dus wat gebeurde er, de andere dag werden de putten voor de fundering al gegraven. Zo was Remy en zo is hij altijd zijn gang gegaan. Met veel succes overigens, dat weten we allemaal. Landelijk werd er aan de weg getimmerd en St. Aloy groeide uit tot de beste tafeltennisclub van Zeeland en tot de sub-top van Nederland met de dames en de heren ploeg. Maar over die successtory weten anderen meer dan ik.
Tot slot wil ik nog wel kwijt, dat ik voor al die mooie jaren Remy in mijn binnenste dankbaar blijf.
PS. Ik kan jammer genoeg niet ingaan op al die leuke anekdotes die we meemaakten, want dan zou ik een apart boekje moeten schrijven.
Jo Bogaert.
6 juli 1999